Posts tonen met het label papegaaien. Alle posts tonen
Posts tonen met het label papegaaien. Alle posts tonen

zondag 24 maart 2019

Grampian Pioneer Cottages, kangoeroes, papegaaien en ander gevogelte


Ook hier kwamen we weer in een unieke accommodatie in een geweldige omgeving. De Pioneer cottages zijn door de oorspronkelijke eigenaars Robert en Jackie Webb eigenhandig gebouwd uit gerecyclede materialen. Inmiddels is de locatie door een jonger echtpaar overgenomen. Op de website staat het hele verhaal. In onze cottage vonden we een map met alle details van ons huis. Van tafelpoot en wasmeubel tot het deurslot en de stenen, waarnaar onze Mudbrick Cottage was vernoemd, het is allemaal bij elkaar gezocht en verwerkt in deze stoere blokhut. De originele wallpaper was in Melbourne gevonden door een electricien die op het terrein aan het werk was. Authentiek!
Rondom ruimte, weiden en velden, naast ons de dierentuin! Vier cottages op een terrein, waar in Nederland een paar honderd gasten in een bungalowpark op gehuisvest worden! Australië is toch echt anders! En wat denk je, rondom onze blokhut scharrelden bijna binnen handbereik - tot op het terras - de supurb fairy wrens, waar ik op Kangaroo Island zoveel moeite voor had moeten doen om die in beeld te krijgen.
Naar de Australian Magpie hoefden we ook hier niet te zoeken, alom aanwezig. We hebben een stukje van het terrein verkend. In de weiden aan de voet van de heuvel, waar een bos van varens het wetland verraden, luierden en graasden kangoeroes. Onze gastheer zei dat als we ons rustig bewogen en wat afstand hielden, dat ze dan wel zouden blijven. We zouden merken dat zoveel omzichtigheid niet eens nodig was.






Het was zulk heerlijk weer en we genoten van de mooie omgeving in de namiddagzon. We hebben een glaasje gedronken in de centrale "schuur"en later ook daar gebarbecued en gegeten. Maar eerst ben ik voorzichtig met de camera naar beneden geschoven om de kangoeroes een poosje te observeren. Het was niet alles pais en vree, spel en plezier wat de klok sloeg. Er liep een zeer opgewonden en opdringerig mannetje rond en er werd ook een robbertje gevochten. Dat ging niet zachtzinnig toe.













En er werd wat afgekrabd......




Opnieuw drong de herinnering aan Kangeroo Island zich op toen we de mooie roze gallahs in kleine groepjes zagen fourageren. Ook de grote gele kuifkaketoe, die we sinds Noosa niet meer gezien hadden, kwam hier weer in beeld. Maar het meest in het oog én in het oor springend waren toch de long-billed corella's.





Want had ik eerder gezegd dat het hier zo rustig was? Dat klopt, behalve wanneer deze papegaaiensoort in honderdtallen in de weiden landde of en masse uit de bomen opvloog. Het is een middelgrote, ietwat gedrongen kaketoe met een korte staart en een lange bovensnavel. Het wit van de vogel wordt opvallend onderbroken door het fel roze-rood boven de snavel en rond de hals, maar bij opvliegende vogels zie je ook een vleug van citroengeel onder de staart en de vleugels. Vooral aan het eind van de middag en bij zonsondergang bevolkten ze met honderden de weiden en bomen langs het weggetje voor ons huis. Oorverdovend!
Ik moet zeggen dat ik het minstens zo spectaculair vond als de kangoeroes.





Maar goed, de kangoeroes bleven leuk natuurlijk en zoveel afstand hoefden we niet te houden, want ze kwamen vanzelf wel boven om tussen de huisjes door naar de weiden aan de andere kant te gaan. Daarvoor moesten ze wel een prikkeldraadafscheiding overwinnen - tussen de lijnen door of erover heen. Soms leidde dat tot een aarzelende opstopping en zeker als er volle buidels in het spel waren. Terecht, zo bleek uit een karkas dat we ergens anders in de draden hebben zien hangen. Maar soms sprongen ze er ook zonder bedenken vlot overheen.






 



Op een van onze dagen ontdekten we nog een andere papegaaiachtige: de crimson rosella. Ze komen in de vochtige oostelijke en zuidoostelijke gebieden van Australië voor, maar dit zou de enige plaats zijn, waar wij ze hebben gezien. 




Ah, en hoe vertrouwd tussen dit alles waren dan de kippen, die graag op ons stoepje bivakkeerden in de hoop een lekker graantje mee te kunnen pikken. Kortom: geen klagen en genoeg leven in de brouwerij!


zondag 10 maart 2019

Van Kangaroo Island naar O'Deas Cottage Tintinara (Murray Mallee)


Zondagochtend. Helaas, we hadden best nog meer willen zien van KI, maar ons vertrek stond geboekt voor 10.30u om onze reis op het vasteland te vervolgen. Ik zou iedereen die van ver komt, willen aanraden om minstens 3 nachten c.q. 2 volle dagen op het eiland te verblijven: er valt veel te zien en te beleven, terwijl de afstanden best groot zijn, en bovendien is de oversteek vice versa behoorlijk prijzig. Maar zeker de moeite waard! Wij hebben er in ieder geval volop van genoten.




Van Cape Jervis reden we aanvankelijk dezelfde B23 richting Adelaide terug, maar ter hoogte van Wilunga volgden we niet over de A13, maar de B23  naar het noorden. Na enige tijd stuurde Google maps ons van die weg af de binnenwegen op en hoe we precies over al die landwegen gereden hebben, was niet helemaal duidelijk, maar ergens bij Callington zijn we op de A1 gekomen. Het landschap was een uitgestrekte verte van heuvels, verspreide boerderijen met eindeloze weiden van geel droog gras met her en der eucalyptusbomen, waar vooral schapen en soms rundvee een vrijheid van bewegen hebben, waarvan onze veestapels in hun wildste dromen geen weet hebben. Bij Murray Bridge steekt de A1 (Princes Hwy of S Eastern Fwy) de Murray River over, met meer dan 2.500 km de langste rivier van Australië.





Voort ging het over de freeway (de staat Victoria kent geen tol) door het kale schapenland. De eentonigheid werd onderbroken door  een zonnepanelenveld en energiecentrale en af en toe een dorpje, dat zich langs de snelweg uitstrekte; zoals het historische plaatsje Tailem Bend of de eenvoudige straten van Coomandook, tot we in Coonalpyn een waardig stadje vonden om te stoppen, alleen al voor de mooi beschilderde silo's. Wat ik met de foto's en dit verhaal zeggen wil is dat de afstanden die we moesten afleggen (270 km vanaf Cape Jervis - ca. 3 uur nonstop rijden) nooit te groot waren, maar dat het vaak saai en daardoor vermoeiend rijden was. 


Deze bijzondere siloschilderingen van de hand van Guido van Helten dateren van 2017. De graansilo's zijn bijna 30 m hoog en kunnen je niet ontgaan als je door de stad rijdt. Er is een groot parkeerterrein met sanitaire voorzieningen en een café voor een oppepper onderweg.


Onze trek in koffie en een hapje hebben we bewaard voor de cottage, die we 40 minuten verderop, een paar kilometer voorbij Tintinara vonden. De eerste, korte blik op het enorme en rommelige erf was niet zo bemoedigend, maar na het warme welkom en een verkenning van het huisje en onze terrastuin, waren we helemaal enthousiast. De cottage was gezellig vintage, comfortabel en met zoveel liefde en aandacht voor detail ingericht, dat we ons meteen thuis voelden. Rondom het huisje was een terras met verschillende zitmogelijkheden, zon/schaduw, een bbq, vrolijke planten, rozenstruiken en citroenbomen. De koelte hadden we allang op Kangaroo Island achter ons gelaten; in het binnenland was het warm, dus we konden ervan genieten.




 





Dit terras bood uitzicht op het enorme erf en de landerijen aan de westkant. Prachtige eucalyptusbomen zaten vol met allerlei vogels. Deze streek die men de Murray Mallee noemt, staat bekend om de "mallee scrub", een vegetatiezone die gekenmerkt wordt door de bijzondere groei van de eucalyptusbomen: met meerdere stammen vanaf de grond en niet hoger dan ca. 4 m. Sinds 1880 werd zo'n 80% van deze vegetatie verwijderd ten behoeve van de landbouw, waardoor deze bomen alleen nog in beschermde gebieden voorkomen. Mijn indruk is dat een aantal van de bomen op dit terrein nog tot de oude vegetatie behoren. Het roestige restant van een antieke tractor vertegenwoordigde de landbouwhistorie van O'Deas.



In de boom voor ons terras ontdekten we o.a. weer een nieuwe papegaaiensoort, de veelkleurige eastern rosella's.
Daar bleef het niet bij: ook de red-rumped parrot / grass parrot was voor ons nieuw. De eerste naam dankt deze papegaai aan de rode rug, deels onder de vleugels verborgen, van het mannetje. Zowel het mannetje als het vrouwtje hullen zich verder in betoverende tinten groen/blauw/geel. Deze vogel komt algemeen voor in zuidoost Australië, maar vooral in de Murray Mallee.






Ondanks al dat moois vlak voor ons neus, kriebelde het natuurlijk wel om op verkenning te gaan.





Het erf is heel groot, er wordt van alles gedumpt, een georganiseerde puinhoop. Ik vond het prachtig.
Oude gebouwen achter op het terrein herbergen nu tractoren (nieuwe!) en andere werktuigen en materialen. Ooit was een van deze schuren het eerste huis van de oorspronkelijke eigenaren, maar toen het na gezinsuitbreiding te klein werd, is in 1900 de grotere en comfortabeler cottage gebouwd, die nu als vakantiehuis dienst doet. De huidige eigenaars, Scott en Nerida met hun kinderen, wonen in het nieuwe huis aan de andere kant van de oprijlaan. De oude schuren bieden overigens nog steeds onderdak aan nieuw leven: we vonden er een nestje van willy wagtails.


De noisy miner is een  honingeter, die zijn naam eer aandoet, vooral als hij zijn territorium verdedigt tegen soortgenoten of zelfs andere vogelsoorten. Hij staat daarbij als behoorlijk agressief bekend en op plaatsen waar veel van deze miners zitten, zijn er vaak weinig andere vogels. Bij O'Deas vormden de noisy miners een hele groep en die deed de naam eer aan toen er een bruine valk landde in een van de andere bomen. Overigens lieten de verschillende vogels  die hier al genoemd zijn evenals de gallah papegaaien en magpie larks,  zich niet afschrikken door het dominante gedrag van deze vogels.



Aan het eind van de middag ging Scott met de hond het land op om een kudde schapen bij elkaar te drijven in de kooi. Hij houdt schapen en rundvee, deels heel jong aangekocht, deels eigen fok. Het aantal ha land ben ik vergeten, maar waar wij over mega stallen spreken, zou ik dit mega bedrijven noemen - in oppervlakte en aantallen.
Wat ik voor schapen aanzag, waren in feite 9-maanden oude lammeren. Deze ochtend was al een kudde opgehaald, morgenochtend zou deze kudde worden gehaald voor de slacht. Uiterlijk voor het eind van het eerste levensjaar mogen de dieren nog als lammeren worden verkocht; als schaap brengen ze veel minder op vanwege de sterkere smaak. Bovendien begint het gras nu te rijpen en de irritante graskruipers, waarvoor ik een half uur nodig had om ze uit mijn gympen te pulken, zijn zowel voor de maag als voor de vacht van de dieren een crime - ook weer met gevolgen voor de prijs. Daar komt nog bij dat nu de zomer komt, de grasopbrengst en voedingswaarde van het land minder wordt. Er worden geen bestrijdingsmiddelen gebruikt en er wordt niet bijgevoerd. Dus het meeste vee wordt nu verkocht en jong vee, dat minder consumeert, zal binnenkort hun plaats innemen. Slimme bedrijfsvoering.







O'Deas is de enige plaats waar wij maar 1 nacht zijn gebleven. Het was een tussenstop naar de Grampians. Wel een heel fijne!


Terugblik op onze Australië-reis

Op een vakantiebeurs en aan de keukentafel zetten we met TravelEssence begin 2018 onze eerste stappen op een gedroomde reis naar Austr...